Boeddha heeft uitgelegd, dat angst een van de meest voorkomende gevoelens is in het dierenrijk. Als je er over nadenkt, hoe wild veel dieren leven, dan snap je dat als snel: grotere en sterkere dieren eten de kleinere en zwakkere dieren op. Insecten kunnen vertrapt worden, vogels kunnen in de winter doodvriezen, vissen kunnen in netten worden gevangen. Ik weet zeker dat je nog wel wat voorbeelden kunt bedenken, hoe dieren de hele tijd in gevaar leven en bang zullen zijn.

Toch komen ze niet op het idee, dat ze dan met hun verstand iets anders kunnen doen.
Als je het zo bekijkt, gaat het met ons mensen toch een stuk beter? Wij weten, dat je niet alleen moet eten, slapen en goed op moet passen, maar ook over belangrijke dingen kunt nadenken. Zo kun je bijvoorbeeld denken: waarom ben ik hier op de wereld? Of: waarom is er een dag en een nacht? Of bijvoorbeeld: waarom zijn er verschillende soorten dieren en waarom zijn er eigenlijk mensen?

Of we kunnen op school over bedreigde diersoorten praten, zodat alle andere kinderen ook leren hoe weinig er van sommige diersoorten nog maar zijn. Je kunt met je ouders er over praten, hoe verschrikkelijk het ies dat er op olifanten wordt gejaagd, alleen maar voor hun ivoren tanden.
Natuurlijk kun je ook zelf oppassen, nooit dieren te doden. Zelfs de kleine dieren, zoals de mieren, muggen, kevers en wormen zoeken geluk en willen geen pijn hebben, net zoals wij.
Het is iets goeds wanneer we leven van dieren sparen of zelfs redden. In plaats van een vlieg dood te meppen, kunnen we de vlieg ook met een blad papier voorzichtig uit het raam duwen.